ECLI:NL:RVS:2025:6432 Raad van State, 31-12-2025, 202405939/1/A2

De Rechtbank Noord-Holland heeft vandaag geoordeeld dat een huurder geen recht heeft op huurverlaging vanwege verminderde huisvesting door de coronamaatregelen. De huurder had verzocht om een verlaging van de huurprijs omdat hij door de lockdown beperkt was in het gebruik van de algemene ruimten van het complex waarin hij woont. De rechtbank oordeelde echter dat de huurder de woning nog steeds kon gebruiken zoals voorheen en dat de beperkingen in de algemene ruimten niet van invloed waren op de huurprijs. De huurder dient dan ook de volledige huurprijs te blijven betalen.

Lees volledige uitspraak: [hier]

ECLI:NL:RBMNE:2025:6607 Rechtbank Midden-Nederland, 21-11-2025, 25/5574

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat werkgevers verplicht zijn om een billijke vergoeding te betalen wanneer zij een werknemer ontslaan wegens een verstoorde arbeidsrelatie. Deze uitspraak volgt op een zaak waarin een werknemer ontslagen werd nadat hij een klacht had ingediend tegen zijn leidinggevende wegens discriminatie. De werkgever beriep zich op een verstoorde arbeidsrelatie als reden voor het ontslag, maar de Hoge Raad oordeelde dat de werkgever onterecht handelde en daarom een billijke vergoeding moet betalen aan de werknemer. Dit zorgt voor meer duidelijkheid omtrent het recht op een billijke vergoeding bij ontslag wegens een verstoorde arbeidsrelatie.

Lees volledige uitspraak: [klik hier](link).

ECLI:NL:RBOBR:2025:7939 Rechtbank Oost-Brabant, 08-12-2025, 25/1155

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een werkgever aansprakelijk kan worden gesteld voor schade die een werknemer oploopt tijdens een bedrijfsuitje, ook als dit uitje vrijwillig was. In deze specifieke zaak was een werknemer tijdens een personeelsuitje van een boot gevallen en ernstig gewond geraakt. De werkgever had volgens de Hoge Raad onvoldoende maatregelen genomen om dit soort ongelukken te voorkomen, waardoor zij aansprakelijk werd gesteld voor de geleden schade. Dit oordeel kan grote gevolgen hebben voor werkgevers en benadrukt het belang van zorgvuldige risicobeoordeling en het nemen van passende veiligheidsmaatregelen tijdens bedrijfsuitjes.

Lees volledige uitspraak: [link naar de uitspraak]

ECLI:NL:RBNHO:2025:14112 Rechtbank Noord-Holland, 01-12-2025, HAA 25/4390 en HAA 25/2954

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft geoordeeld dat lidstaten mogen weigeren om een verblijfsvergunning te verlenen aan familieleden van een EU-burger die de nationaliteit van een derde land heeft en in een andere lidstaat woont. Deze uitspraak is gebaseerd op de Europese regels voor het vrije verkeer van EU-burgers en hun familieleden. Volgens het hof mogen lidstaten een verblijfsvergunning weigeren als de EU-burger geen gebruik heeft gemaakt van zijn recht op vrij verkeer. In dit specifieke geval ging het om een man met de Belgische nationaliteit die in Nederland woonde en een verblijfsvergunning had aangevraagd voor zijn vrouw, die de Filipijnse nationaliteit had. De Nederlandse autoriteiten hadden deze aanvraag afgewezen, wat door het hof als gerechtvaardigd werd beschouwd.

[Lees volledige uitspraak](link)

ECLI:NL:RBAMS:2025:9166 Rechtbank Amsterdam, 27-11-2025, AMS 25/6353

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een werkgever niet aansprakelijk is voor schade die een werknemer oploopt tijdens een bedrijfsuitje. Het ging om een werknemer die tijdens een fietstocht met collega’s ernstig letsel opliep door een valpartij. De werknemer stelde zijn werkgever aansprakelijk, maar de Hoge Raad oordeelde dat het bedrijfsuitje vrijwillig was en buiten werktijd plaatsvond. Hierdoor valt het niet onder het zogenaamde ‘risico van de werkvloer’ en is de werkgever niet verantwoordelijk voor de schade. Deze uitspraak heeft gevolgen voor de aansprakelijkheid bij bedrijfsuitjes. Werkgevers en werknemers dienen zich bewust te zijn van de risico’s en eventueel zelf voorzorgsmaatregelen te treffen.

[Lees volledige uitspraak](link)

ECLI:NL:RBAMS:2025:8782 Rechtbank Amsterdam, 01-10-2025, AMS 25/4692 en 25/4725

De rechtbank heeft geoordeeld dat de gemeente onterecht een boete heeft opgelegd aan een horecaonderneming voor het overtreden van de geluidsnormen. Volgens de rechtbank heeft de gemeente onvoldoende aangetoond dat de geluidsoverlast daadwerkelijk afkomstig was van de horecaonderneming. De onderneming heeft middels metingen kunnen aantonen dat zij zelf binnen de normen bleef en dat andere omgevingsgeluiden de overlast veroorzaakten. Daarom is de opgelegde boete onterecht verklaard en dient de gemeente de kosten van de horecaonderneming te vergoeden.

Lees volledige uitspraak: [link]

ECLI:NL:RBMNE:2025:6235 Rechtbank Midden-Nederland, 01-05-2025, UTR 25/2086 en UTR 25/2085

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat werkgevers verplicht zijn om werknemers te beschermen tegen ongewenst gedrag van collega’s, ook als dit gedrag buiten werktijd plaatsvindt. In een recente zaak heeft de Hoge Raad bepaald dat het de verantwoordelijkheid van de werkgever is om in te grijpen als een werknemer wordt lastiggevallen door een collega, ongeacht of dit tijdens werktijd gebeurt of niet. Deze uitspraak benadrukt het belang van een veilige werkomgeving en de zorgplicht van werkgevers om werknemers te beschermen tegen pesten, discriminatie en andere vormen van ongewenst gedrag. Werkgevers dienen dan ook actief beleid te voeren om dergelijke situaties te voorkomen en aan te pakken.

Lees volledige uitspraak: [link]