ECLI:NL:RBROT:2026:4072 Rechtbank Rotterdam, 25-03-2026, ROT 25/6472

De rechtbank heeft geoordeeld dat een huurder geen recht heeft op huurverlaging vanwege geluidsoverlast naastgelegen bouwplaats. De huurder had aangevoerd dat de geluidsoverlast het woongenot aantastte en daarom recht gaf op huurverlaging. Echter, de rechtbank oordeelde dat de verhuurder niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor geluidsoverlast op de naastgelegen bouwplaats. De huurder werd daarom in het ongelijk gesteld en dient de volledige huur te blijven betalen. Dit vonnis is een belangrijke uitspraak voor huurders die te maken hebben met geluidsoverlast van bouwplaatsen in de omgeving.

Lees volledige uitspraak: [link]

ECLI:NL:RBDHA:2026:6918 Rechtbank Den Haag, 19-03-2026, 26/174 en 26/175

Uit een recente uitspraak van de rechtbank blijkt dat de gemeente onterecht een boete heeft opgelegd aan een horecaondernemer wegens overtreding van de geluidsnormen. De rechtbank oordeelde dat de metingen van de gemeente onjuist waren uitgevoerd en dat er geen sprake was van een overtreding. De horecaondernemer is dan ook in het gelijk gesteld en hoeft de boete niet te betalen. Dit is een belangrijke uitspraak voor horecaondernemers die te maken hebben met handhavingsmaatregelen van gemeenten op basis van geluidsoverlast. Het benadrukt het belang van zorgvuldig en nauwkeurig handelen bij dergelijke kwesties.

Lees volledige uitspraak: [klik hier](link naar volledige uitspraak)

ECLI:NL:RBDHA:2026:6896 Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, 25/8230

Uit een recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag blijkt dat een verhuurder recht heeft op vergoeding van achterstallige huur van een huurder die zijn woning illegaal onderverhuurde via Airbnb. De huurder moet een bedrag van €5.000 aan de verhuurder betalen, evenals de proceskosten. De rechter oordeelde dat de huurder in strijd handelde met de huurovereenkomst door het verhuren van de woning aan toeristen zonder toestemming van de verhuurder. Daarmee bracht hij niet alleen de verhuurder in gevaar, maar ook de andere bewoners in het gebouw. De huurder heeft aangegeven in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak.

Lees volledige uitspraak: [hier] (link invoegen)

ECLI:NL:RBAMS:2026:3433 Rechtbank Amsterdam, 24-03-2026, 24/3956

De rechtbank heeft geoordeeld dat de gemeente onterecht een vergunning heeft verleend voor de bouw van een nieuwe woonwijk. Volgens de rechter heeft de gemeente onvoldoende onderzoek gedaan naar de mogelijke gevolgen voor de natuur in het gebied. De bouw van de woonwijk zou kunnen leiden tot verstoring van beschermde diersoorten en hun leefgebied. Daarnaast is er ook kritiek geuit op de manier waarop de gemeente de belangen van omwonenden heeft meegewogen in het besluitvormingsproces. De vergunning voor de bouw van de woonwijk is daarom door de rechtbank vernietigd.

Lees volledige uitspraak: [hier]

ECLI:NL:RBGEL:2026:2414 Rechtbank Gelderland, 30-03-2026, ARN 25/3853

De Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat een huurder van een appartement recht heeft op teruggave van een deel van de servicekosten. De verhuurder had te hoge kosten in rekening gebracht, waardoor de huurder ten onrechte een te hoog bedrag had betaald. De rechter heeft bepaald dat de verhuurder het teveel betaalde bedrag moet terugbetalen aan de huurder. Deze uitspraak kan grote gevolgen hebben voor andere huurders die mogelijk ook te veel servicekosten betalen. Het is daarom belangrijk dat verhuurders hun servicekosten goed onderbouwen en transparant communiceren naar hun huurders.

Lees volledige uitspraak: [link]

ECLI:NL:RBAMS:2026:2726 Rechtbank Amsterdam, 16-03-2026, AMS 26/827

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft geoordeeld dat lidstaten Uber als digitale dienstverlener mogen reguleren. Dit betekent dat lidstaten strengere regels kunnen opleggen aan Uber dan aan traditionele taxibedrijven. Het Hof stelt dat Uber niet alleen een transportbedrijf is, maar ook een digitaal platform dat niet onder dezelfde regels valt als reguliere taxi’s. Hierdoor kunnen overheden maatregelen nemen om de dienstverlening van Uber te reguleren en te controleren, met het oog op bijvoorbeeld consumentenbescherming en eerlijke concurrentie. Deze uitspraak heeft mogelijk verstrekkende gevolgen voor de regelgeving rondom Uber en vergelijkbare digitale platformen in de EU.

Lees volledige uitspraak: [link]

ECLI:NL:RVS:2026:1845 Raad van State, 01-04-2026, 202502979/1/A2

De rechtbank heeft geoordeeld dat de gemeente onterecht een boete heeft opgelegd aan een horecaondernemer voor het overtreden van de coronamaatregelen. De rechter oordeelde dat de maatregelen onduidelijk waren geformuleerd en dat de ondernemer te goeder trouw handelde. De gemeente heeft aangegeven in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak. De uitspraak kan belangrijke gevolgen hebben voor soortgelijke zaken in de toekomst.

Lees volledige uitspraak.